Belasting & waarde
Werkelijk Rendement in Box 3 voor Verhuurd Vastgoed: Wat Verandert er in 2028?
De belastingheffing op uw verhuurde woning in box 3 staat op het punt drastisch te veranderen. De overheid stapt af van het huidige systeem met fictieve rendementen en introduceert vanaf (zeer waarschijnlijk) 2028 een heffing op basis van werkelijk rendement. Dit betekent dat niet alleen uw huurinkomsten, maar ook de waardeontwikkeling van uw pand direct belast worden. Voor particuliere verhuurders met één of meerdere panden in privébezit is het cruciaal om te begrijpen wat deze wijziging inhoudt. Deze nieuwe aanpak, ingegeven door een uitspraak van de Hoge Raad, heeft grote gevolgen voor de belastingdruk en de administratie van uw vastgoed. De bekende leegwaarderatio komt te vervallen, wat de berekening fundamenteel anders maakt. In dit artikel analyseren we de overstap naar werkelijk rendement, de impact op uw financiën en welke strategische keuzes u als verhuurder kunt maken.
Door Vestoo Redactie · Bijgewerkt 2026-06-28
Kort antwoord
Vanaf 1 januari 2028 wordt uw box 3-belasting voor verhuurd vastgoed berekend over het werkelijke rendement. Dit bestaat uit de daadwerkelijk ontvangen huurinkomsten plus de waardeontwikkeling van het pand. Dit nieuwe systeem vervangt de huidige heffing op basis van een forfaitair (fictief) rendement, en de leegwaarderatio komt definitief te vervallen.
Wat is het huidige systeem van Box 3-belasting voor vastgoed?
Momenteel vallen uw verhuurde woningen in privé in box 3 onder de categorie "overige bezittingen". Onder de Overbruggingswet box 3, die geldt tot de invoering van het nieuwe stelsel, gaat de Belastingdienst uit van een fictief rendement. Voor 2026 is dit forfaitaire rendement vastgesteld op 6,0%. Over de totale waarde van uw bezittingen (minus schulden en het heffingsvrije vermogen) betaalt u vervolgens 36% belasting. Het heffingsvrij vermogen in 2026 bedraagt € 59.357 per persoon.
Een cruciaal element in de huidige berekening is de leegwaarderatio. Omdat een verhuurde woning minder waard is dan een leegstaande woning, mag u voor de belastingheffing een percentage van de WOZ-waarde hanteren. Dit percentage is afhankelijk van de verhouding tussen de jaarlijkse huur en de WOZ-waarde en resulteert in een aanzienlijke korting op de belastbare grondslag.
De effectieve belastingdruk onder dit systeem is ongeveer 2,16% (36% van 6,0%) van de WOZ-waarde, gecorrigeerd met de leegwaarderatio.
Waarom stapt de overheid over op werkelijk rendement in Box 3?
De aanleiding voor deze stelselwijziging is het zogeheten "Kerstarrest" van de Hoge Raad van 24 december 2021. De Hoge Raad oordeelde dat het oude systeem van box 3, met zijn vaste fictieve rendementen voor verschillende vermogenscategorieën, in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor veel spaarders was het forfaitaire rendement veel hoger dan het rendement dat zij daadwerkelijk behaalden.
Dit arrest dwong de overheid om de belastingheffing eerlijker te maken en beter te laten aansluiten bij de realiteit. De Overbruggingswet is een tijdelijke oplossing. Het uiteindelijke doel is een "vermogensaanwasbelasting": een belasting op het daadwerkelijk gerealiseerde en nog niet-gerealiseerde rendement.
Hoe werkt belastingheffing over werkelijk rendement vanaf 2028?
Het nieuwe stelsel, gepland voor 2028, is een fundamentele breuk met het verleden. De belasting wordt niet langer berekend over een fictief rendement, maar over de som van het directe en indirecte rendement van uw vastgoed. De exacte details worden nog uitgewerkt, maar de hoofdlijnen zijn bekend.
Direct rendement: de huurinkomsten
Uw daadwerkelijk ontvangen kale huurinkomsten in een kalenderjaar vormen het directe rendement. Dit is een overstap van een fictie naar de realiteit. Als u in een jaar € 12.000 aan huur ontvangt, is dat het bedrag dat als direct rendement wordt meegenomen in de berekening.
Indirect rendement: de waardeontwikkeling
Dit is de meest ingrijpende wijziging. Het indirecte rendement is de waardeverandering van het vastgoed gedurende het jaar. Dit wordt vastgesteld door de WOZ-waarde aan het einde van het jaar (1 januari van jaar T+1) te verminderen met de WOZ-waarde aan het begin van het jaar (1 januari van jaar T). U betaalt dus belasting over de waardestijging van uw pand, zelfs als u het niet verkoopt en de winst dus "op papier" staat.
Aftrekbare kosten en schulden
In het nieuwe stelsel zullen bepaalde kosten aftrekbaar zijn. De daadwerkelijk betaalde rente over de lening voor de aankoop van het pand wordt naar verwachting aftrekbaar van het totale rendement. Dit is een verbetering ten opzichte van het huidige systeem, waar voor schulden een laag forfaitair rentepercentage (2,7% in 2026) wordt gehanteerd.
Welke impact heeft het nieuwe stelsel op verhuurders?
De overstap heeft grote gevolgen. Vooral de combinatie van het belasten van de WOZ-waardestijging en het vervallen van de leegwaarderatio kan tot een aanzienlijk hogere belastingdruk leiden.
| Kenmerk | Huidig Systeem (t/m 2027) | Nieuw Systeem (vanaf 2028) |
|---|---|---|
| Grondslag | WOZ-waarde x Leegwaarderatio | Werkelijke huur + Waardemutatie WOZ |
| Rendement | Forfaitair (6,0% in 2026) | Werkelijk (Huur + Waardestijging) |
| Leegwaarderatio | Ja, van toepassing | Nee, vervalt definitief |
| Schuldenrente | Forfaitair aftrekpercentage (2,7% in 2026) | Werkelijke rente aftrekbaar |
Vooral in jaren met sterke WOZ-stijgingen kunt u geconfronteerd worden met een flinke belastingaanslag die niet direct gedekt wordt door uw kasstroom uit huurinkomsten.
Wat betekent het verdwijnen van de leegwaarderatio?
Het vervallen van de leegwaarderatio vanaf 2028 is een cruciale factor. Deze regeling zorgde voor een forse vermindering van de belastbare waarde van uw verhuurde woning. Zonder deze correctie wordt de volledige WOZ-waarde (voor de vermogensaanwas) als uitgangspunt genomen. Dit zal de belastbare basis in de meeste gevallen aanzienlijk verhogen en is een van de belangrijkste redenen voor de verwachte stijging van de belasting op een verhuurde woning.
Moet ik mijn verhuurde woning nu verkopen of houden?
Dit is een strategische vraag die afhangt van uw persoonlijke situatie, risicobereidheid en toekomstplannen. Er is geen eenduidig antwoord, maar we kunnen twee scenario's schetsen.
Scenario 1: U houdt het vastgoed aan
U blijft profiteren van de huurinkomsten en de langetermijnwaardeontwikkeling. U moet er echter rekening mee houden dat de jaarlijkse belastingdruk aanzienlijk kan stijgen en minder voorspelbaar wordt. U moet voldoende liquide middelen aanhouden om de vermogensaanwasbelasting te kunnen betalen, ook in jaren waarin de huurinkomsten de belastingaanslag niet dekken.
Scenario 2: U verkoopt de woning in verhuurde staat
Door de onzekerheid en toenemende belastingdruk kiezen steeds meer verhuurders ervoor om hun panden te verkopen. Volgens cijfers van NVM/Brainbay was in 2024 al 1 op de 5 verkochte woningen afkomstig van een verhuurder. Door uw verhuurde woning te verkopen vóór de invoering van het nieuwe stelsel, creëert u zekerheid. U ontvangt een marktconforme cash-prijs, vermijdt toekomstige fiscale complexiteit en de nieuwe eigenaar zet het huurcontract voort. De opbrengst kunt u vervolgens naar eigen inzicht herinvesteren of aanwenden.
Hoe kan ik de fiscale impact voor mijn situatie berekenen?
Om een helder beeld te krijgen van wat deze veranderingen voor u persoonlijk betekenen, is het raadzaam om uw situatie door te rekenen. U kunt de impact van het nieuwe stelsel op uw rendement inschatten door de verwachte huurinkomsten op te tellen bij een reële schatting van de jaarlijkse WOZ-waardestijging. Online zijn diverse tools te vinden die u hierbij kunnen helpen; zoek hiervoor bijvoorbeeld op 'fiscaal-spiegel calculator box 3'. Voor een gedetailleerd advies is het raadplegen van uw eigen belastingadviseur essentieel.
Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg voor uw situatie altijd een belastingadviseur of jurist.
Veelgestelde vragen
Wat is de belangrijkste verandering in Box 3 vanaf 2028?
De belangrijkste verandering is de overstap van een heffing op basis van een fictief (forfaitair) rendement naar een heffing over het werkelijke rendement. Dit werkelijke rendement bestaat uit de daadwerkelijke huurinkomsten plus de waardeontwikkeling van het vastgoed.
Vervalt de leegwaarderatio in het nieuwe Box 3 stelsel?
Ja, de leegwaarderatio, die nu nog een korting op de WOZ-waarde geeft voor de belastingheffing, vervalt definitief vanaf de invoering van het nieuwe stelsel, zeer waarschijnlijk per 1 januari 2028.
Worden huurinkomsten anders belast in het nieuwe stelsel?
Ja, u wordt in het nieuwe stelsel belast over de daadwerkelijk ontvangen kale huurinkomsten, in plaats van een fictief percentage van de woningwaarde zoals in het huidige systeem.
Is de rente over mijn hypotheek nog aftrekbaar in het nieuwe stelsel?
Naar alle waarschijnlijkheid wordt de daadwerkelijk betaalde rente over de schuld die is aangegaan voor de aankoop van het pand, aftrekbaar van het totale rendement (huurinkomsten plus waardeontwikkeling).
Wat is indirect rendement in het stelsel van werkelijk rendement?
Indirect rendement is de waardeverandering (vermogensaanwas) van uw vastgoed in een kalenderjaar. Dit wordt gemeten als het verschil tussen de WOZ-waarde per 1 januari van jaar T+1 en de WOZ-waarde per 1 januari van jaar T.
Is het slim om mijn verhuurde woning vóór 2028 te verkopen?
Dit hangt af van uw persoonlijke situatie en doelen. Een verkoop biedt zekerheid en voorkomt de complexiteit en mogelijk hogere belastingdruk van het nieuwe stelsel. Een verkoop via Vestoo garandeert een marktconforme prijs, waarbij de huurder in de woning kan blijven.
Heeft het nieuwe Box 3 stelsel ook invloed op vastgoed in een BV?
Nee, de wijzigingen voor box 3 gelden alleen voor vermogen in privé. Vastgoed dat gehouden wordt in een Besloten Vennootschap (BV) valt onder de vennootschapsbelasting (VPB) en eventueel box 2, en wordt niet beïnvloed door dit nieuwe stelsel.
Meer weten? Vraag 3 biedingen aan of gebruik onze gratis vastgoedcalculators.