Home › Verhuurdershulp › Box 3 vrijstellingen 2026: volledig overzicht

Belasting & waarde

Box 3 Vrijstellingen 2026: Een Compleet Overzicht voor Verhuurders

Als particuliere verhuurder is de vermogensbelasting in box 3 een belangrijke factor voor uw rendement. De belastingdruk op verhuurd vastgoed is de laatste jaren flink toegenomen. Gelukkig zijn er ook in 2026 manieren om de te betalen belasting te verlagen door optimaal gebruik te maken van de beschikbare vrijstellingen. De basis hiervan is het heffingsvrij vermogen, dat in 2026 is vastgesteld op € 59.357. Naast dit algemene drempelbedrag bestaan er specifieke vrijstellingen voor bijvoorbeeld groene beleggingen en bepaalde schulden. Het is essentieel om deze regels goed te kennen. In dit artikel geven we een compleet overzicht van alle box 3-vrijstellingen voor 2026 en concrete tips om uw fiscale positie als vastgoedbelegger te optimaliseren.

Door Vestoo Redactie · Bijgewerkt 2026-06-28

Kort antwoord

In 2026 betaalt u geen vermogensbelasting over de eerste € 59.357 van uw vermogen dankzij het heffingsvrij vermogen. Voor fiscale partners is dit gezamenlijke bedrag € 118.714. Naast deze algemene vrijstelling kunt u in aanmerking komen voor specifieke vrijstellingen, zoals voor groene beleggingen, die uw belastbare grondslag verder verlagen.

Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?

Het heffingsvrij vermogen is het deel van uw vermogen waarover u geen vermogensrendementsheffing hoeft te betalen. Voor de belastingaangifte over 2026 zijn de volgende bedragen van toepassing:

  • Individueel: € 59.357
  • Met fiscale partner: € 118.714 (gezamenlijk)

Dit betekent dat u pas belasting in box 3 betaalt als de waarde van uw totale bezittingen (minus aftrekbare schulden) op de peildatum van 1 januari 2026 boven deze grens uitkomt.

De Belastingdienst gaat er in 2026 vanuit dat u over uw "overige bezittingen", waaronder verhuurd vastgoed, een forfaitair rendement behaalt van 6,0%. Over dit fictieve rendement betaalt u vervolgens 36% belasting. De effectieve belastingdruk op uw verhuurde woning (op basis van de WOZ-waarde minus de hypotheekschuld) is daarmee 2,16% per jaar. Door het heffingsvrij vermogen volledig te benutten, verlaagt u de grondslag waarover dit percentage wordt berekend. Lees meer over de berekening in ons artikel over box 3 voor vastgoedbeleggers in 2026.

Rekenvoorbeeld heffingsvrij vermogen

Stel, u bent alleenstaand en uw box 3-vermogen (WOZ-waarde verhuurde woning - schuld) bedraagt € 200.000.

Omschrijving Bedrag Berekening
Rendementsgrondslag € 200.000
Heffingsvrij vermogen - € 59.357
Belastbare grondslag = € 140.643
Fictief rendement (6,0%) € 8.438,58 € 140.643 * 0,06
Te betalen belasting (36%) € 3.037,89 € 8.438,58 * 0,36

Welke bezittingen zijn volledig vrijgesteld in Box 3?

Naast het algemene heffingsvrij vermogen zijn bepaalde bezittingen specifiek vrijgesteld. Deze hoeft u dus niet mee te tellen bij het bepalen van uw vermogen in box 3.

De belangrijkste vrijstellingen voor 2026 zijn:

  • Roerende zaken voor eigen gebruik: Uw inboedel, auto of boot is vrijgesteld, zolang u deze hoofdzakelijk privé gebruikt en niet als belegging.
  • Groene beleggingen: Heeft u beleggingen of spaargeld die door de overheid zijn aangemerkt als ‘groen’? Dan geniet u een extra vrijstelling. Het exacte bedrag voor 2026 wordt nog geïndexeerd, maar lag in 2024 op € 71.251 per persoon.
  • Aandeel in een Vereniging van Eigenaren (VvE): Het reservefonds van de VvE wordt weliswaar tot uw vermogen gerekend, maar hiervoor geldt een volledige vrijstelling. U hoeft uw aandeel dus wel op te geven, maar het wordt direct weer vrijgesteld.
  • Bos- en natuurterreinen: De waarde van deze terreinen is volledig vrijgesteld.
  • Voorwerpen van kunst en wetenschap: Kunst is vrijgesteld, tenzij u deze hoofdzakelijk als belegging aanhoudt.
  • Kapitaalverzekeringen en uitvaartverzekeringen: Onder voorwaarden zijn bepaalde verzekeringen (deels) vrijgesteld. Zo is een uitvaartverzekering in natura altijd vrijgesteld; in geld tot een bedrag van circa € 8.000 (exacte drempel 2026 volgt).

Verhuurd vastgoed valt hier expliciet niet onder en telt altijd mee als "overige bezitting" in box 3, tenzij u het vastgoed in een BV heeft ondergebracht.

Hoe werken schulden en de schuldendrempel in 2026?

Schulden in box 3, zoals een financiering voor uw verhuurde woning, verlagen uw belastbare vermogen. De Belastingdienst berekent een forfaitair rentepercentage over uw schulden, dat in 2026 is vastgesteld op 2,7%. Dit fictieve rentebedrag wordt afgetrokken van uw fictieve rendement op bezittingen.

Belangrijk is de schuldendrempel. Niet alle schulden zijn volledig aftrekbaar. Er geldt een drempelbedrag dat niet in mindering mag worden gebracht. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en bedroeg in 2024 € 3.400 per persoon. Voor 2026 wordt een vergelijkbaar, geïndexeerd bedrag verwacht.

  • Voorbeeld: U heeft een schuld van € 100.000. Uw fiscale partner en u hebben samen een schuldendrempel van (bijvoorbeeld) € 6.800. U mag dan € 100.000 - € 6.800 = € 93.200 als aftrekbare schuld opvoeren in box 3.

De hypotheekschuld voor uw eigen woning (hoofdverblijf) valt in box 1 en telt dus niet mee in box 3.

Hoe kunnen fiscale partners vrijstellingen optimaal benutten?

Fiscale partners hebben een groot voordeel in box 3. U mag niet alleen het heffingsvrij vermogen verdubbelen tot € 118.714, maar u kunt de gezamenlijke rendementsgrondslag (bezittingen min schulden) ook vrij onderling verdelen.

Stel, partner A heeft € 200.000 vermogen en partner B heeft € 0. Met het gezamenlijke heffingsvrij vermogen van € 118.714 zou er belasting betaald moeten worden over € 81.286. Door het vermogen slim te verdelen, kan de heffing worden geoptimaliseerd. U kunt bijvoorbeeld € 100.000 aan partner A toedelen en € 100.000 aan partner B.

Partner Totaal vermogen Vrij vermogen p.p. Belastbare grondslag
A € 100.000 € 59.357 € 40.643
B € 100.000 € 59.357 € 40.643
Totaal € 200.000 € 118.714 € 81.286

Deze flexibiliteit stelt u in staat om de belastingdruk te minimaliseren. Dit is vooral relevant als een van beide partners (nog) geen of weinig eigen vermogen heeft.

Tips om uw Box 3-vrijstelling optimaal te benutten

Als verhuurder kunt u verschillende stappen ondernemen om uw vermogensbelasting over vastgoed in 2026 te verlagen.

  1. Los dure schulden af: Schulden in box 3 verminderen uw vermogen, maar het forfaitaire voordeel is in 2026 slechts 2,7%. Als u consumptieve leningen of andere schulden heeft met een hogere rente, is aflossen fiscaal en financieel vrijwel altijd voordelig.

  2. Betaal belastingaanslagen vooruit: Heeft u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of erfbelasting ontvangen die u pas ná 1 januari hoeft te betalen? Door deze al vóór 31 december te voldoen, verlaagt u uw banksaldo en daarmee uw box 3-vermogen op de peildatum.

  3. Doe een schenking (op papier): U kunt vermogen overdragen aan uw kinderen. Jaarlijks mag u een bepaald bedrag belastingvrij schenken. Een schenking op papier is ook een optie: u schenkt het bedrag, maar leent het direct weer terug. Zo creëert u een schuld aan uw kinderen die uw box 3-vermogen verlaagt.

  4. Verkoop verhuurd vastgoed vóór de peildatum: De peildatum voor box 3 is altijd 1 januari. Door uw verhuurde woning vóór deze datum te verkopen, valt de waarde van het pand buiten uw box 3-vermogen voor het komende jaar. Dit kan een aanzienlijke besparing opleveren. Bij verkoop aan een geverifieerde investeerder via Vestoo heeft u de zekerheid van een marktconforme cash-prijs binnen 30 dagen, waarbij de huurder gewoon kan blijven zitten.

  5. Overweeg een vastgoed-BV: Heeft u meerdere panden en is de totale waarde aanzienlijk? Dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om uw vastgoed over te dragen aan een BV. U betaalt dan vennootschapsbelasting over de werkelijke huuropbrengst minus kosten, wat vaak voordeliger is dan de 2,16% effectieve heffing in box 3. Laat u hierover goed adviseren door een expert.


Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg voor uw situatie altijd een belastingadviseur of jurist.

Veelgestelde vragen

Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting in box 3?

De peildatum voor de vermogensbelasting in box 3 is altijd 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet. De samenstelling van uw vermogen op die dag bepaalt de hoogte van uw aanslag.

Valt de waarde van mijn eigen koopwoning ook in box 3?

Nee, de eigen woning die u als hoofdverblijf gebruikt, valt in box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning). Alleen de waarde van overige onroerende zaken, zoals een verhuurde woning of een vakantiehuis, telt mee in box 3.

Is verhuurd vastgoed altijd een 'overige bezitting' in box 3?

Ja, voor particuliere beleggers valt verhuurd vastgoed onder 'overige bezittingen'. Alleen als er sprake is van zeer actieve exploitatie die verder gaat dan normaal vermogensbeheer (bijv. projectontwikkeling), kan het inkomen in box 1 vallen. Dit is echter zeer uitzonderlijk.

Wat als mijn werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement van 6,0%?

Als u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kunt u bezwaar maken tegen uw aanslag. Sinds het Kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 staat deze mogelijkheid open. Vanaf 2028 wordt waarschijnlijk een stelsel op basis van werkelijk rendement ingevoerd voor iedereen.

Kan ik de hypotheekrente voor mijn verhuurde pand aftrekken?

Niet direct zoals in box 1. De volledige hypotheekschuld voor uw verhuurpand is een schuld in box 3. Deze schuld verlaagt uw totale vermogensgrondslag. U krijgt dus niet de rente als aftrekpost, maar de schuld zelf verlaagt de heffing.

Wat is het verschil tussen het heffingsvrij vermogen en een vrijstelling?

Het heffingsvrij vermogen is een algemene drempel die voor iedere belastingplichtige geldt. Een vrijstelling is gekoppeld aan een specifiek type bezitting, zoals een 'groene belegging' of een aandeel in een VvE-reservefonds. Vrijgestelde bezittingen tellen niet mee voor de berekening van uw totale vermogen.


Meer weten? Vraag 3 biedingen aan of gebruik onze gratis vastgoedcalculators.